Skip to content

Vaargebieden

Zeilen op de Waddenzee

Twee keer per dag stroomt de Waddenzee vol en weer leeg. Geulen verschuiven, platen vallen droog en het water is elk getij anders. Dat maakt het wad een van de mooiste en lastigste vaargebieden van Nederland, en een gebied dat vanaf een paar vaste meetpunten moeilijk bij te houden is.

Werelderfgoed
UNESCO, sinds 2009
Droogvallend
ruim twee derde bij laagwater
Getijverschil
van zo'n 1 m bij Texel tot ruim 3 m in de Eems-Dollard
Water
zout, met zoet water bij de Afsluitdijk

Watertemperatuur Waddenzee, nu gemeten

Dit is de watertemperatuur op de vaste meetstations van Rijkswaterstaat in dit gebied, ongeveer elk kwartier bijgewerkt.

MeetstationTemperatuur
Den Helder, Marsdiep–
Texel, Gat van de Stier–
Kornwerderzand, Waddenzeezijde–
Holwerd, vaargeul–
Dantziggat–
Eemshaven–

Bron: Rijkswaterstaat (publiek domein).

Tussen deze vaste punten zit veel water zonder live meting. Daar komt jouw boot in beeld.

Hetzelfde water, twee keer bekeken

Droogvallen op het wad

Aan boord

Droogvallen mag vrijwel overal waar je mag varen, behalve in gesloten gebieden: op de kaart een groene stippellijn met de sluitingsperiode in rood. Volgens de afspraken over verantwoord droogvallen blijf je minstens 200 meter uit de betonde vaarwegen; kijk op wadvaarders.nl voor de actuele regels.

Voor de wetenschap

Ruim twee derde van de Waddenzee valt bij laagwater droog. Die platen bestaan alleen zolang er genoeg zand en slib bijkomt om de zeespiegel bij te houden. Tot nu toe hield de wadbodem de zeespiegel bij. Volgens Deltares kunnen de grote kombergingsgebieden in het westen hooguit zo'n 6 à 7 mm zeespiegelstijging per jaar bijhouden.

Over het wantij

Aan boord

Achter elk eiland komen de vloedstromen van twee kanten samen op het wantij: hoog, ondiep en als eerste droog. Steek over rond hoogwater: met de vloed naar het wantij toe, met de eb er weer vanaf.

Voor de wetenschap

Waar twee vloedstromen elkaar ontmoeten, valt de stroming stil en bezinkt slib. Juist daar staat zelden een vast meetpunt, en juist daar vaar je met je dieptemeter aan.

Van 1 naar ruim 3 meter tij

Aan boord

Het getijverschil loopt van west naar oost op, van zo'n 1 meter bij Texel tot ruim 3 meter in de Eems-Dollard. Dat verandert de stroom, de droogvaltijd en de toegang tot havens met een drempel. Reken ook met het tijdsverschil: het getij loopt langs de kust uren achter.

Voor de wetenschap

De Duitse Bocht werkt als een trechter die de getijgolf opstuwt; daardoor loopt het getijverschil van west naar oost op. Het getij bepaalt ook welk water waar ligt: met de vloed komt Noordzeewater binnen, met de eb stroomt water uit het wad weer weg. Watertemperatuur gemeten door varende boten kan laten zien hoe dat met elk getij heen en weer schuift.

Geulen die verhuizen

Aan boord

Geulen verschuiven en Rijkswaterstaat verlegt de betonning mee. De vaarroute naar Schiermonnikoog is bijvoorbeeld in 2025 verlegd. Vaar met een actuele kaart, lees de Berichten aan Zeevarenden en vertrouw niet op oude tracks.

Voor de wetenschap

Het wad is voortdurend in beweging. Rijkswaterstaat moet de geulen steeds opnieuw inmeten. Dieptemetingen van varende boten, gecorrigeerd voor het getij, kunnen helpen zien waar de bodem tussen die officiële metingen in verandert.

Zoet en zout bij de Afsluitdijk

Aan boord

Vanaf het IJsselmeer kom je via de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand of de Stevinsluizen bij Den Oever op het wad. Kijk vooraf op Vaarweginformatie voor stremmingen en let op stroming bij het spuien.

Voor de wetenschap

De spuisluizen lozen zoet IJsselmeerwater op de Waddenzee. Zo ontstaat een harde grens tussen zoet en zout, zonder natuurlijke overgang, en die blokkeert trekvissen. De vismigratierivier bij Kornwerderzand is in aanleg; de eerste vissen worden in 2027 verwacht. Meten hoe zoet en zout zich hier mengen is precies waar onze zoutgehaltesensor voor bedoeld is.

Warm ondiep water

Aan boord

Ondiep water op het wad warmt in de zomer flink op. Aangenaam als je na het droogvallen gaat zwemmen, maar houd bij koud voorjaarswater rekening met koudeschok.

Voor de wetenschap

Het NIOZ meet de watertemperatuur in het Marsdiep al sinds 1861, en die meetreeks laat zien dat het water opwarmt. Zachte winters zijn slecht voor kokkels en mosselen. Maar het is één meetpunt: elke boot met een temperatuursensor voegt metingen toe op plekken waar niemand meet.

Zeehonden en vogels: waar je niet komt

Aan boord

Sommige gebieden zijn het hele jaar gesloten, andere alleen in het seizoen, voor zeehonden en voor vogels op hun hoogwatervluchtplaatsen. Kijk vooraf op waddenzee.nl welke gebieden wanneer dicht zijn, en houd afstand van ligplaatsen.

Voor de wetenschap

De gesloten gebieden zijn er voor zeehonden en vogels, maar op en rond dezelfde platen probeert ook de natuur onder water terug te komen. In 1932 lag er nog ruim 150 km² zeegras; nu zijn er resten. Mosselbanken herstellen sinds 1994, vooral in het oosten.

Wat jouw boot hier kan meten

Een SeaSense-meetkastje (de node) luistert mee op het NMEA 2000-netwerk van je boot en voegt eigen sensoren voor luchtdruk en beweging toe. Je installeert het zelf in ongeveer 30 minuten. Daarna zeil je gewoon; het kastje logt en uploadt vanzelf. We sturen het gratis op.

Daar vragen we niets voor, maar een donatie om het project draaiende te houden waarderen we zeer.

Meld je boot aan

Voor Blauwe Long 2027 zoeken we ongeveer 50 boten die veel varen op de Noordzee, de Waddenzee, het IJsselmeer, het Markermeer of in Zeeland. Je eigen vaargebied is genoeg.

  • Luchtdruk

    Klaar

    Op het niveau van een weerstation.

  • Diepte en watertemperatuur

    Klaar

    Goed bruikbaar, vooral in ondiep kustwater.

  • Zoutgehalte

    In ontwikkeling

    De waterkwaliteitsmodule meet echte verschillen, maar de sensoren gaan nog niet lang genoeg mee.