NMEA 2000 uitgelegd voor zeilers
NMEA 2000 is het netwerk waarmee je plotter, instrumenten en sensoren gegevens delen. Hoe het is opgebouwd, hoe het gevoed wordt, wat erop zit, en hoe je de klassieke storing in vijf minuten vindt.
Kort gezegd
- Eén backbone-kabel, aan elk uiteinde een terminator van 120 Ω, en apparaten op korte aftakkabels.
- De 12 V-voeding komt op één punt de backbone in, via een voedings-T-stuk.
- Elk apparaat kan zenden en ontvangen. De gegevens gaan als genummerde berichten (PGN's) met 250 kbit/s over het netwerk.
- Snelle check: voeding uit, meet tussen de twee data-aders, NET-H (wit) en NET-L (blauw). Ongeveer 60 Ω is goed.
Wat NMEA 2000 is
NMEA 2000 is gebouwd op CAN-bus, dezelfde bustechniek als in auto's, en werkt met 250 kbit/s.
Anders dan bij zijn voorganger NMEA 0183 kan elk apparaat op het netwerk zowel zenden als ontvangen. Elk bericht heeft een PGN (Parameter Group Number) dat aangeeft wat voor gegevens erin zitten: positie, koers, diepte, wind, enzovoort.
Het netwerk: backbone, aftakkabels en terminators
Alle apparaten hangen aan één doorlopende kabel, de backbone. Elk apparaat zit daar met een T-stuk en een korte aftakkabel (drop cable) op. Apparaten lus je niet door, dus je kunt er één loskoppelen zonder dat de rest uitvalt.
Aan elk uiteinde van de backbone zit een terminator (afsluitweerstand) van 120 Ω: precies twee, nooit meer of minder.
De kabel zelf heeft vijf aders. Twee voor de voeding: NET-S (+12 V, rood) en NET-C (0 V, zwart). Twee voor de data: NET-H (wit) en NET-L (blauw), het CAN-high- en CAN-low-paar. De vijfde is de blanke afscherming.
- Aftakkabels: maximaal 6 m per stuk, en alle aftakkabels samen maximaal 78 m.
- Backbone: tot 100 m met standaard Micro-kabel, tot 250 m met dikke Mini-kabel.
- Maximaal 50 apparaten op één netwerk.
- Micro-kabel heeft ronde 5-polige M12-stekkers, vaak Micro-C genoemd; dikke Mini-kabel heeft een grotere stekker.
Voeding
De backbone voert ook de 12 V-voeding naar de apparaten. Die komt op één punt binnen, via een voedings-T-stuk. Op een kleine boot kan dat aan een uiteinde van de backbone; bij een groter netwerk zet je het voedings-T-stuk in het midden, zodat de stroom zich naar twee kanten verdeelt en het spanningsverlies klein blijft.
Op het typeplaatje of in de handleiding van elk apparaat staat het stroomverbruik als LEN (Load Equivalency Number). Tel ze op en vergelijk het totaal met de limiet in de documentatie van je kabel en voedings-T-stuk, en beveilig de voeding met een passende zekering of automaat.
Als het niet werkt: de check met je multimeter
Veel netwerkproblemen komen door de terminators. Zet de voeding van het netwerk uit en meet de weerstand tussen de twee data-aders, NET-H en NET-L:
- Ongeveer 60 Ω: goed. Twee terminators van 120 Ω parallel geven 60 Ω.
- Ongeveer 120 Ω: er ontbreekt een terminator.
- Ongeveer 40 Ω: er is er één te veel, vaak een apparaat met een ingebouwde terminator.
Wat er al op je netwerk zit
Op een gemiddeld zeilbootnetwerk zit al veel bruikbare data. De meest voorkomende, met hun PGN-nummers:
- Positie (129025), en grondkoers en grondsnelheid, COG en SOG (129026)
- Kompaskoers (127250)
- Waterdiepte (128267)
- Snelheid door het water, de log (128259)
- Wind, schijnbare of ware wind (130306)
- Afhankelijk van je instrumenten: AIS, motor- en accugegevens, en meer
NMEA 0183 en gateways
Oudere instrumenten gebruiken vaak nog NMEA 0183: een seriële verbinding waarbij één apparaat zendt en de andere luisteren, meestal met 4800 baud. Het wordt langzaam vervangen, maar zit nog op veel boten.
Een gateway vertaalt tussen NMEA 0183 en NMEA 2000, zodat oudere instrumenten hun gegevens kunnen delen met een NMEA 2000-netwerk zonder dat je alles hoeft te vervangen.
Signal K
Signal K is een open-source datastandaard en server voor bootgegevens, gebouwd op gewone webtechniek. Het verzamelt de gegevens van de systemen aan boord, ook NMEA 2000 via een gateway of interface, en geeft ze door aan apps op tablet of telefoon, logboeken en dashboards.
Wifi-gateways en dataloggers
Een wifi-gateway zit op de backbone en stuurt de netwerkdata via wifi naar telefoon, tablet of laptop, vaak ook omgezet naar NMEA 0183 zodat navigatie-apps er iets mee kunnen. Sommige modellen bewaren alles ook op een geheugenkaart: een datalogger.
Je netwerk meet de zee al
Elke keer dat je zeilt, meten je instrumenten diepte, positie en wind, en die gegevens verdwijnen zodra je ze uitzet. Een SeaSense-meetkastje luistert mee op je NMEA 2000-netwerk, voegt eigen sensoren voor luchtdruk en beweging toe, en stuurt de gegevens door voor zeeonderzoek. Luchtdruk, diepte en watertemperatuur zijn nu al bruikbaar; wind onder zeil is nog in ontwikkeling.
Het luistert alleen mee via een geïsoleerde aansluiting en kan niets op je netwerk zetten. Het heeft een eigen 12/24 V-voeding van het boordnet bij de navigatietafel nodig (niet vanuit het netwerk), je installeert het zelf in ongeveer 30 minuten, en het heeft een eigen mobiele verbinding. We sturen het gratis op naar zeilers die veel op het water zijn.
Daar vragen we niets voor, maar een donatie om het project draaiende te houden waarderen we zeer.
Vragen
Verder lezen
- NMEA 2000 op Wikipedia (Engels) (opens in new tab) · Achtergrond en specificaties
- Maretron-installatiegids (Engels) (opens in new tab) · Kabellengtes, voeding en storingen zoeken (pdf)
- Actisense: een netwerk bouwen en testen (Engels) (opens in new tab) · Inclusief de check met 60 Ω
- Signal K (opens in new tab) · Open-source bootdata